Couperus
Collectie
Louis Couperus (1878-1923)
Inleiding

Inleiding

Algemeen
Deze inleiding is nog in ontwikkeling en wordt pas afgemaakt nadat alle titels eenmaal beschreven zijn en de diverse problemen zijn gesignaleerd.

 

De Sitemap, rechtsboven geeft het voledige overzicht van de titels, zowel de Nederlands talige alsmede het vertaalde werk.


 

Dankbaar heb ik voor de Nederlandse uitgaven gebruik gemaakt van de beschrijvingen die Max en Wilma hebben gemaakt en bij de overdracht van de collectie door Wilma geheel compleet is gemaakt. De collectie heb ik uitgebreid en aangevuld om een zo compleet mogelijk overzicht van de tot 1973 verschenen werken van Couperus in binnen- en buitenland te verkrijgen. Na 1973 waren de werken publiek domein en kon iedereen zijn werk uitbrengen. De duur van het auteursrecht gold in 1973 na de dood van de auteur nog een termijn van 50 jaar, nu is dat 70 jaar.In zijn boek Versierde verhalen van H.T.M. van Vliet zijn de boekbanden van Couperus tot 1925 uitvoerig beschreven, twee jaar na het overlijden van Couperus verscheen het laatste nieuwe werk. In de slot hoofdstukken heeft van Vliet nog aanvullende informatie gegeven over series en curiosa tot 1945. Voor de vergelijkbaarheid zijn de variaties en nummers uit van Vliet in deze beschrijving opgenomen. De nummers verwijzen naar de afbeeldingen in van Vliet. Er zijn afwijkingen gevonden die niet in van Vliet vermeld zijn evenals beschrijvingen en conclusies die ik niet kan onderschrijven. Bij de betreffende titel is dit vermeld. Na de dood van Couperus is in november en december in 1923 is een overzichts-tentoonstelling gehouden van de verschenen werken met de vertalingen in boekhandel Hijman, Stenfert Kroese en van der Zande te Arnhem. De catalogus heeft een voorwoord van Henri Borel. Voor de na 1923 verschenen vertalingen heb ik gebruik gemaakt van het in de in 1989 en 2008 verschenen uitgave ´Couperus in den vreemde´ Omdat in 1973 de rechten van de Nederlandse titels publiek domein werden heb ik mij beperkt tot het verschijningsjaar 1972.

Vertalingen
De vertaalde titels zijn in de volgorde van de oorspronkelijke titel vermeld in volgorde van taal Engels, Duits, Frans en overige talen. Aan het begin van de titel wordt vermeld in welke talen er is vertaald. In de Nederlandse overzicht zijn de vertaalde titels vermeld. Er wordt hier alleen een overzicht van verschijningsjaren gegeven. De drukvermelding is alleen voor het overzicht. Bij de titelbeschrijving is de werkelijke vermelding van de druk of oplaag vermeld.

Variaties
Bij het verzamelen van vertaalde titels ben ik ook gestuit op verschillende bindvariaties. Net zoals bij de Nederlandse uitgevers was het ook bij de buitenlandse uitgevers de gewoonte om niet onmiddellijk alles te laten binden en werd het binnenwerk plano opgeslagen.
Verder heb ik in de titelbijschrijving ook technische gegevens opgenomen. Hieronder geef ik een toelichting op de techniek van die tijd.

Technische gegevens
Er zijn zoveel mogelijk technische gegevens opgenomen, formaat boekblok, bindwijze, drukgegevens, en zover bekend drukker en binder, zetspiegel en andere relevante gegevens. Oplage cijfers en bindjaren zijn gegeven voor zover bekend. Indien niet bekend of geschat is dan is het voorzien van een ? of geheel weggelaten.Bij de 'Werken' band van Berlage werd niet steeds naar E. Braches 'Documentatie Nieuwe Kunst 2006 verwezen' bij de overige boeken die daarin voorkomen, uiteraard wel.De technische gegevens zijn toegevoegd omdat de verschillen dan beter naar voren komen en inzicht geeft hoe de uitgever de titel in de loop van de jaren heeft geëxploiteerd. Daarnaast is gekozen om de verzameling uit te breiden tot 1973 omdat dan ook tot uitdrukking komt hoe de uitgever na de dood van Couperus het werk heeft geëxploiteerd. Zo wordt zichtbaar dat Couperus lange tijd 'uit' was en pas eind jaren zestig weer 'in' de belangstelling kwam. De televisie series hebben daar natuurlijk zeer aan bijgedragen. Een aantal gegevens zijn aangevuld met gegevens uit het familie archief en van overlevering en persoonlijke ervaring.

 

Formaten en maatsystemen

Omdat gebleken is dat de kennis van de maatsystemen en technieken bij velen beperkt is geeft ik ook een historische toelichting op de techniek..De maten van het boekblok zijn op genomen. Onder boekblok wordt verstaan het formaat van het binnenwerk in hoogte en breedte. Bij een gebonden exemplaar is het formaat van de band meestal 0,5 mm hoger, de breedte van het voorplat is vrijwel altijd gelijk aan het boekblok.

Ook maten van de zetspiegel zijn in mm opgenomen exclusief het paginacijfer of de sprekende hoofdregel. Een sprekende hoofdregel is de verkorte titel en of auteur aan de kop van de bladzijde. Ook de zetbreedte is in het typografisch maatsysteem vermeld. In Europa werd op het vaste land vanaf 1879 de typografische eenheidsmaat augustijn of cicero gebruikt. Een augustijn is ongeveer 4,5 mm. In een augustijn gaan 12 didotpunten. Een didotpunt is 0,376065 mm. Bij de komst van de computer en de fotografische zetsystemen heeft de pica, het Amerikaanse en Engelse maatsysteem, de augustijn in Europa verdrongen. Een pica heeft ook 12 picapunten en 1 picapunt is 0,35146 mm. 1 pica is dus ruim 4,2 mm.

De regelhoogte is inclusief het regelwit en geeft dus niet het lettercorps aan.

 

Zetten

Rond 1900 werd er nog voornamelijk met de hand gezet. Een zetterij moest dus losse letters bij een lettergieterij bestellen. Voor zetterijen was het goedkoper om na het drukken van het werk de letters weer te distribueren in de letterbakken dan de pagina%u2019s jaren opgeslagen te laten. Bij een herdruk werd dus gewoon opnieuw gezet. De zetmachine werd pas in 1884 (Linotype) en 1887 (Monotype) uitgevonden. Het heeft vrij lang geduurd voordat voor boeken zetmachines gebruikt werden. De eerste zetmachines werden vooral gebruikt voor kranten en tijdschriften. Linotype was een machine die een vaste regel goot en Monotype goot losse letters. Bij machinezetten kon men makelijker het zetsel bewaren omdat het probleem van tekort aan letters niet meer gold. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd het zetsel bewaard voor een volgende druk.

 

Drukken

Tot ver na de oorlog werden boeken in hoogdruk gedrukt. Hierdoor is het mogelijk te beoordelen of er van een nieuwe druk of oplaag sprake is of dat er plano vellen gebruikt zijn voor een nieuwe bindpartij door naar beschadigingen en kleine veranderingen te kijken. Bij offset herdrukken is dat veel lastiger te beoordelen of het nieuw fotozetsel is of een fotografische herdruk van het origineel in boekdruk. Vooral boeken uit de jaren zestig is het moeilijker te beoordelen welke beelddrager is gebruikt. Vaak werd het voorwerk opnieuw gezet en voor de rest van het binnenwerk de pagina's van het originele boek gebruikt of de geplakte pagina's van de vorige druk.

 

Papier

Ook de papierkwaliteit kan een indicatie zijn voor een nieuwe drukgang of oplaag. Het komt zelden voor dat in een drukgang verschillende soorten papier gebruikt wordt. Als er dus verschil is in papierdikte of kwaliteit, grover of gladder, dan is er sprake van een nieuwe drukgang of oplaag.

 

Binden

Rond 1900 was er bij het binden nog veel hand werk. De ingenaaide versie van een titel was veelal bedoeld om door de handboekbinder te binden in de vormgeving van de bibliotheek van de klant. Daarom was het boek meestal alleen aan de kop schoon gesneden. De gebonden uitgave kon voorzien zijn van een kapitaal bandje, leeslint, kleur op de kopsnede en een schutblad. Kleine kleurverschillen van het gebruikte leer zijn niet ongebruikelijk. Voor het binden gebruikte men veelal geitenleer en de huiden werden met de hand gekleurd. Tussen twee huiden was bijna altijd een klein verschil.

Bij het beoordelen of het een andere bindpartij is, zijn naast het kijken naar bandverschillen ook het vergelijken van de kleur of het ontbreken van het kapitaalbandje, het verschil van naaisteken en dergelijk van belang.

 

Uitvoeringen

Tot de voor de oorlog was het de gewoonte een nieuwe titel uit te brengen in twee uitvoeringen. De meest eenvoudige uitvoering was de ingenaaide versie, ook wel genoemd genaaid gebrocheerd. Daarnaast was de gebonden uitgave. In sommige gevallen bracht de uitgever ook een luxe of prachteditie op de markt, gebonden in leer of perkament. Om de auteur blij te maken werd soms een enkel exemplaar in een bijzondere band gebonden die niet in de handel kwam. Meestal een exemplaar voor de auteur en een voor de directiekamer. Nadat het boek was aangeboden bij de boekhandel bepaalde de uitgever de bindaantallen voor de gebonden en de ingenaaide exemplaren. De rest bleef plano liggen bij de binder of de drukker. Was de rest oplaag relatief klein dan werd soms het restant wel gevouwen en vergaard en in zogenaamde klossen opgeslagen. Dat waren aan weerszijden twee houten plankjes of zwaar karton en daar tussen een halve meter boekblokken en strakgetrokken met touw. Dat was makkelijker opslaan in het magazijn van de uitgever. Kwam er dan vraag dan kon er enkele exemplaren gebonden worden. Elk jaar ging de uitgever de boekhandel langs om zijn fonds aan te bieden. Om oude titels weer onder de aandacht te brengen werden titels uit oud fonds in een nieuw jasje gestoken. Deze praktijk zie je ook bij de vertaalde titels en was dus niet typisch Nederlands.

 

Kleurverschil

Als er weinig technische verschillen zijn te ontdekken en er toch kleurverschil in de banden wordt waargenomen heb ik ook naar de kleuropbouw gekeken. Rood is meestal niet kleurecht en kan door invloed van het licht verdwijnen. Er is dan geen sprake van een nieuwe editie.

 

Over drukken en drukvermelding

Er is veel onduidelijkheid over wat een nieuwe druk is of nieuwe oplaag. Uitgevers hebben daar nu een in het verleden verschillend over gedacht. Bij de wetenschappelijke en educatieve uitgevers werd het druknummer verhoogt als er wijzigingen in het werk waren aan-gebracht. Bij een literaire uitgever werkt dat niet zo. Er zijn uitgevers die een vaste drukoplaag hadden van bijvoorbeeld 1000. De tweede duizend kreeg dan een hoger druknummer. Dus ook wel of geen nieuw zetsel is wel of geen nieuwe druk, werkt niet. Het enige wat werkt is wanneer er daadwerkelijk opnieuw gedrukt is. Daarom volg ik zoveel mogelijk de drukvermelding van de uitgever en verantwoord bij de titel indien daar vanaf geweken moet worden omdat de uitgever een fout heeft gemaakt in de drukvermelding. Het is duidelijk dat uitgevers met de drukvermelding slordig waren, druk en jaar van uitgave werden veelal niet vermeld. Ook als uitgevers licenties aan uitgevers verleende werden met deze drukken soms wel en soms geen rekening gehouden. Nader onderzoek is nodig om de drukgeschiedenis tot 1973 te ontrafelen. Nog goed kan ik de discussie herinneren bij het maken van herdrukken in de tijd dat ik bij L.J. Veen op de productieafdeling werkzaam was.

 

Uitgevers

Bij nadere analyse wordt het duidelijk dat de verschillende uitgevers van Couperus een eigen beleid hadden. Over het beleid van L.J.Veen is door het publiceren van briefwisselingen veel bekend geworden. L.J. Veen is de belangrijkste uitgever van Couperus geweest. Omdat Veen niet meer aan de hoge eisen van Couperus wilde tegemoet komen is Couperus in 1911 met Holkema & Warendorf en de Maatschappij goede en goedkope Lectuur in zee gegaan. Vanaf 1917 kwam daar Nijgh & van Ditmar bij. Over deze en andere uitgevers van Couperus is veel minder bekend. In de komende tijd wil ik daar meer studie over maken. Ook wil ik als aanvulling op eerdere studies het uitgevers beleid betreffende Couperus in zijn algemeenheid analyseren en per titel in het bijzonder.

Hieronder een overzicht van de uitgevers waar Couperus mee heeft samengewerkt en de titel waar Couperus voor het eerst met de uitgever samenwerkte.

 

Jaar Uitgever - Titel

1884 Beijer - Een lent van Vaersen

1886 Rössing - Orchideën

1889 Kampen - Eline Vere

1890 Elsevier - Noodlot

1892 Veen - Extase

1911 Holkema & Warendorf - Antiek Toerisme

1911 MvG&G lectuur (Wereld Bibliotheek) - Korte Arabesken

1917 Nijgh van Ditmar - Komedianten

1921 Campen - Met Louis Couperus in Afrika

1923 Leopold - Oostwaards

 

Uit dit overzicht blijkt dat Veen bijna 20 jaar onafgebroken de uitgever van Couperus is geweest. De uitgaven van Beijers, Rössing en Elsevier zijn alle overgenomen door Veen.

 

Omslagontwerpen 

De uitgever L.J. Veen stond bekend om zijn goede boekverzorging en bijzondere omslagen. Omdat zijn vrouw veel interesse had in de nieuwe kunst van die tijd en regelmatig aankopen deed, leerde het echtpaar veel kunstnaars kennen. Zij raakte onder andere bevriend met Toorop, Berlage en Sluyterman. Zo heeft Jan Toorop gedurende langere tijd in Friesland bij de familie verbleven. Alle familieleden zijn door Jan Toorop getekend. Ook is een schetsboek in het familie archief aanwezig.

Hieronder een overzicht van de belangrijkste ontwerpers door Veen voor Couperus en andere auteurs zijn ingeschakeld (zie Ernst Braches `Nieuwe kunst'):

H.P. Berlage (Wereldvrede, Hoge troeven, Werkenband)

J. Braakensiek (Poortjesband)

P. de Josseling de Jong (Extase)

J.J.C. Lebeau ( Stille Kracht, Van oude Menschen)

Th.J.J. Neuhuys (Kleine zielen, Fidessa)

R.N. Roland Holst (Extase)

T.K.L. Sluytermans (Eene Illusie, Reisimpresies, Fidessa, Uit blanke steden)

Jan Toroop (Fidessa, Psyche, Metamorfose, Babel, God en goden)

L.W.R, Wenckebach (Lent van Vaerzen)

R.W. Wierink (Band Standaardbibliotheek)

Door andere uitgevers zijn onder andere André Vlaanderen, J.B. Heukelom en S.H. de Roos voor Couperus ingeschakeld.

 

Handelspraktijken

Van belang zijn ook de handelspraktijken in die dagen. Een nieuwe titel werd door de uitgever aangeboden aan de boekhandel. Daarvoor reisde de uitgever de boekhandels af. Heel vaak was dat de uitgever zelf. Dat deed hij vooral om goed contact te houden met de markt en een goed contact met de boekhandelaar bevorderde de afname van een nieuwe titel. Wanneer de aanbieding was voltooid had de uitgever een goed inzicht in de hoeveelheid bestelde boeken en in welke uitvoering. Hierop baseerde de uitgever de eerste bindopdracht voor gebonden en ingenaaide uitgave.

De basis was de ingenaaide uitgave. Bij een gebonden uitgave werd de band apart berekend. Banden konden ook los besteld worden. Uit de balansen blijkt dat de losse banden in een verzamelpost gewaardeerd werden en niet per band gewaardeerd en de winst of verlies ook niet per band werd bepaald.

Veel nieuwe uitgaven werden in het najaar op de markt gebracht. De reden was feitelijk simpel. De uitgever was in het voorjaar en de zomer op reis om zijn nieuwe titels aan te bieden. Na zijn aanbiedingsreizen had de uitgever goed zicht op de belangstelling en kon deze de eerste bindopdracht bepalen. Het binden was in die tijd de hoogste investering, rond de dertig cent per exemplaar terwijl het zetten en drukken van een vel van 16 pagina's in een oplaag van 1000 niet meer dan 15 gulden bedroeg. Daarnaast werd aan de boekhandel op jaarrekening geleverd. Dus als het boek in het najaar verscheen hoefde de uitgever niet zo erg lang op zijn geld te wachten.

Het boekenvak was eind 1800 al goed georganiseerd en waren er veel algemeens handelsafspraken tussen de boekhandels en uitgevers

 

Organisatie van het boekenvak

In 1817 werd de Vereeninging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels opgericht, de huidige Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB). In deze vereniging werden al de handelspraktijken gereguleerd.

Het Bestelhuis voor de boekhandel werd in 1871 opgericht en werd operationeel in 1874 en kende al een vastrecht voor de aangesloten boekhandels en uitgevers. Het bestelhuis bezorgde de pakketjes bij de boekhandel. Het bestelhuis is de voorloper van het huidige Centraal Boekhuis in Culemborg.

Begin 1900 was de standaard korting 25% indien op jaarrekening werd gekocht. Wanneer per half jaar werd afgerekend dan kreeg men vaak 5% extra korting. De aanbiedingsvoorwaarden waren beter omdat het risico voor de boekhandel hoger was en werd er tot 10% premie gegeven. Vaak in de vorm van 13/12 hetgeen betekende dat je 13 boeken kreeg en er maar 12 werden berekend. Er waren meer van deze standaarden zoals 4/3½, 7/6 15/12 enz. Op de band was de vast korting 20%. Tijdens de oorlogsjaren werden de vaste prijzen met 5% verhoogd wegens de gestegen kosten.

 

 

Vertalers en Uitgevers

In de publicatie van R. Breugelmans 'Louis Couperus in den Vreemde' is over de vertalers redelijk wat achtergrondinformatie te vinden. Over het beleid van de uitgevers maar zeer beperkt. De nu ontdekte variaties vragen om nader onderzoek en een vergelijkend onderzoek tussen de buitenlandse uitgevers en de Nederlandse Couperus uitgevers. Dat zal tijd vergen.

Eind 1800 en in het begin van de twintigste eeuw was het auteursrecht nog wereldwijd in ontwikkeling. Nederland heeft eerst 1912 haar auteurswet ingevoerd en heeft in datzelfde jaar de Berner Conventie ondertekend. In de Berner Conventie wordt het internationaal auteursrecht geregeld. De 'Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst' kwam reeds in 1886 tot stand. Voor die tijd een moderne regeling met een hoog beschermingsniveau in de landen die de Conventie hadden ondertekend. Voor 1912 was er geen vormvereiste aan overeenkomsten met auteurs en vertalers. In de overeenkomst uit 1904 voor de overdracht van het volledig kopierecht aan L.J. Veen is het onduidelijk of daar ook de vertaalrechten toe zouden behoren. Breugelmans veronderstelt van wel, ik van niet omdat er toen al vertalingen verschenen waren zonder dat er L.J. Veen daar directe bemoeienis mee had. Daar echter veelal de vertaler het initiatief nam, voor eigen rekening en risico vertaalde en een uitgever zocht, nam de vertaler vaak rechtstreeks contact op met de oorspronkelijke auteur. De uitgever ontving niets van buitenlandse uitgever en het honorarium werd tussen de vertaler en Couperus gedeeld.

Ook uit de contracten, afgesloten na invoering van de Auteurswet 1912, wordt de overdracht van het vertaalrecht niet vermeld en blijft deze bij de auteur.

 

December 2009

Laatste verbeteringen en aanvullingen december 2010 

Ruud Veen

.